Ik weet nog precies hoe het begon. Niet met een naaimachine of een goedgevulde kledingkast, maar met een gevoel.
Een gevoel van anders willen zijn. Ik heb altijd iets met kleding gehad, niet per se met de laatste trends, maar juist met outfits die nét even anders waren. Op school was ik vrij stil, maar in mijn kleding sprak ik boekdelen. Ik had alternatieve fases, kleurrijke fases, rustige fases. Mijn stijl veranderde continu, maar één ding bleef hetzelfde: mijn kleding vertelde een verhaal. Mijn verhaal. Soms liet het zien wie ik was, soms wie ik wilde zijn.
Toch begon er op een gegeven moment iets te knagen. Ik las steeds meer over hoe de mode-industrie werkt: over massaproductie, verspilling, slechte arbeidsomstandigheden en kinderarbeid. En toen dacht ik: wil ik hier eigenlijk nog wel aan meedoen? Zo ontstond mijn liefde voor tweedehands kleding. Kringloopwinkels, vintage markten. Ik ontdekte een hele nieuwe wereld. Een wereld vol unieke stukken met karakter, geschiedenis en vooral: zonder schuldgevoel.
Maar soms… had ik iets in mijn hoofd wat ik nergens kon vinden. Dan wist ik precies wat ik zocht, het model, de stof, de kleur, maar het bleek simpelweg niet te bestaan. En toen begon het langzaam te kriebelen: wat als ik het zelf zou maken?
Wat begon met een eenvoudig rokje, groeide uit tot een compleet nieuwe creatieve uitlaatklep. Ik begon te experimenteren met stoffen, patronen en technieken. Steeds vaker zat ik achter de naaimachine, met muziek op de achtergrond en een hoofd vol ideeën.
Inmiddels is kleding voor mij meer dan ooit een vorm van zelfexpressie én zelfzorg geworden. Of ik nu iets bijzonders vind in een stoffige hoek van de kringloopwinkel, of zelf iets creëer achter de naaimachine, het blijft een feestje. Niet om erbij te horen, maar om trouw te blijven aan mezelf.
Want kleding gaat voor mij niet over perfectie of over het volgen van trends. Het gaat over gevoel. Over plezier. Over jezelf durven zijn.
(De foto is van een paar jaar geleden)
